GENTHERAPIE

Gentherapie is een behandelmethode voor erfelijke aandoeningen  waarbij gezonde kopieën van genen waarin bij patiënten foutjes (= mutaties) zijn gevonden, worden vervangen of toegevoegd aan cellen. De vervangende genen maken de eiwitten die ten gevolge van mutaties niet meer gevormd werden, opnieuw aan met als beoogd resultaat de achteruitgang van de functie van het netvlies of slakkenhuis te stoppen. 

GENTHERAPIE VOOR USHER

In verschillende onderzoeksinstituten wordt onderzoek gedaan naar gentherapie voor Ushersyndroom. Gentherapie is erg veelbelovend en de ontwikkelingen gaan erg snel.
We hebben een overzicht van alle studies naar gentherapie voor de verschillende Usher genen.

VOORDELEN VAN GENTHERAPIE

Een belangrijk voordeel van gentherapie voor Ushersyndroom is, dat het netvlies met 1 injectienaald bereikt kan worden en de AVV-vector heel lokaal en gericht wordt toegediend. Bovendien is er maar een kleine hoeveelheid nodig. Een ander voordeel is dat het afweersysteem in het oog minder reactief is. De kans op een afweerreactie en ontsteking die het effect van de behandeling zou blokkeren, is daardoor beperkt.

Uit onderzoek blijkt dat de retina (onderdeel van het oog) ondanks dode cellen, na gentherapie normale verbindingen met andere cellen kan maken waardoor er weer een normale lichtrespons ontstaat.

Bekijk ook de factsheet over gentherapie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij (BWM)

EEN VIRUS ALS TRANSPORTMIDDEL

Bij deze therapie wordt een gezonde kopie van een gen van interesse op een specifieke plaats in het lichaam afgeleverd, bijvoorbeeld in het oog. Dit gebeurt doorgaans met behulp van een moleculaire vrachtwagen of transportmiddel: een virus. Niet elk virus kan zomaar gebruikt worden als transportmiddel. Een geschikt virus wordt eerst onschadelijk gemaakt zodat het zich niet zomaar kan vermenigvuldigen en een andere ziekte kan veroorzaken. Ze noemen dit een vector, een soort ‘verpakking’. Vervolgens wordt het gewenste gen in het DNA van het virus geplaatst. Tot slot wordt de vector met zijn nieuwe inhoud op een bepaalde plaats in het oog ingespoten waarna het nieuwe gen in de cellen van interesse wordt vertaald in een functioneel eiwit. De meest gebruikte vector is de adeno-geassocieerde virale vector (AAV). 

EEN MODEL OM TE TESTEN

Onderzoekers moeten werken met cellijnen en diermodellen waarbij de Usher genen tot expressie komen. Deze zijn er bijna niet. Muizen bijvoorbeeld hebben ondanks een Usher gen nauwelijks problemen met hun zicht. De zebravis lijkt vooralsnog het beste diermodel te zijn dat meetbaar doof én blind kan worden.

HET ZIJN DE EIWITTEN

Het zijn de eiwitten die alle processen in ons lichaam regelen. Dat eiwit wordt gebouwd aan de hand van codes die in het dna vastliggen. Een schrijffout in het dna kan ertoe leiden dat een eiwit verkeerd of niet wordt aangemaakt. Een reparatie van deze dna-fout zorgt ervoor dat de aanmaak van het eiwit verandert waardoor de ziekte verdwijnt of de symptomen minder worden. Dit is de gedachte achter de genetische therapieën die nu wereldwijd worden ontwikkeld.