START TRIAL MEDICIJN ATALUREN

Het geneesmiddel Ataluren (TranslarnaTM) bindt zich aan de ‘eiwitmachine’ en verzwakt de herkenning van het stopsignaal en kan het ‘overschrijven’. Dit leidt tot de productie van normale eiwitten van de volledige lengte. Het is een poeder dat opgelost in water, driemaal per dag wordt gedronken. In veiligheidsstudies op meer dan duizend patiënten (> 2 jaar; met een andere aandoening dan Ushersyndroom) werden slechts minimale bijwerkingen waargenomen, zoals diarree of misselijkheid tijdens het eerste gebruik in de eerste week. Inmiddels is Ataluren in Europa goedgekeurd als middel ter behandeling van de ziekte van Duchenne (ernstige vorm van spierdystrofie) ten gevolge van “nonsense” mutaties in het DMDgen.

In de laboratoria van Kerstin Nagel-Wolfrum (Johannes Gutenberg Universität, Mainz, Duitsland) en Mariya Moosajee (UCL, Londen, Engeland) is aangetoond dat er in gekweekte cellen van een patiënt met “nonsense” mutaties in USH2A na toediening van dit geneesmiddel weer ongeveer 20 tot 25% van de normale hoeveelheid USH2A-eiwit wordt aangemaakt. Dit zou mogelijk voldoende kunnen zijn om de progressie van de ziekte effectief te vertragen. In Londen wil men nu starten met het testen van dit middel bij patiënten met Retinitis Pigmentosa ten gevolge van “nonsense” mutaties in USH2A en USH1C.

In het Moorfields Eye Hospital start men nu met een cross-over proef met het medicijn Ataluren. Een cross-over studie is een studie waarbij proefpersonen allemaal een periode het medicijn toegediend krijgen en een periode een placebo innemen. Men denkt een totale periode nodig te hebben van 2 jaar om absoluut veilig te zijn en om te kunnen beoordelen of er een remming of stabilisatie is van de achteruitgang van de visus.

DIT MOET NAAR STUK NATUURLIJKE BELOOPSTUDIES

Om dit medicijn toe te passen op patiënten met Usher is een klinische proefomgeving nodig en moet men weten wat de mogelijke uitkomsten kunnen zijn. Om dit in kaart te brengen heeft het Moorfields Eye Instituut in Londen 57 patiënten met USH2A geselecteerd voor een natuurlijk beloop studie. Van deze groep patiënten was de verdeling gelijk wat betreft de verschillende soorten mutaties.

Uit deze studie is onder andere gebleken dat het meten van gezichtsscherpte niet de beste indicator is voor het analyseren van het effect van een behandeling. Bij de meeste patiënten met Ushersyndroom blijft gezichtsscherpte jarenlang redelijk stabiel. Middels een OCT scan (Optische Coherentie Tomografie), waarbij het aantal intacte lichtgevoelige fotoreceptoren kan worden bepaald, wordt gemiddeld jaarlijks een 7% afname van fotoreceptoren waargenomen. Deze afname is bij jongere patiënten (jonger dan 30 jaar) groter dan bij oudere patiënten. Dit pleit ervoor om met name deze groep van jonge patiënten mee te laten doen in natuurlijk beloop studies en klinische trials.

Mensen met Ushersyndroom ervaren een vernauwing van het deel van het gezichtsveld waarbinnen scherpe waarneming mogelijkis. Het is alsof men door een koker kijkt (= kokervisus). Met behulp van funduscopie kan het netvlies zichtbaar gemaakt worden en kan er een ringvormige structuur waargenomen worden aan de buitenste randen van het gezichtsveld. De ophoping van afvalstoffen afkomstig van de degeneratie van het retinaal pigment epitheel (RPE) wordt met dit onderzoek ook zichtbaar. Uit de natuurlijk beloopstudie in Londen is gebleken dat de diameter van de ringstructuur in het netvlies van Ushersyndroom type 2a patiënten jaarlijks met gemiddeld 11% afneemt. Dit is dus ook een goede parameter om te bepalen of een therapeutische behandeling het gewenste effect heeft.