Berichten

Koomen’s leven staat momenteel in het teken van topsport

Sander Koomen en Dave Heijsteeg©Christie Brouwer

“Het is niet alleen die eindbestemming die mij motiveert: ik geniet van alles onderweg daar naartoe.” Door de gevolgen van het Ushersyndroom, waarbij mensen doof en blind worden, kende de 41-jarige Sander Koomen een zware periode in zijn leven. Onder andere de triathlonsport vormt een lichtpuntje en met de Paralympische Spelen van 2024 als ultiem doel, staat Koomen’s leven momenteel in het teken van topsport. Samen met ‘guide’ (begeleider tijdens wedstrijden, red.) Davy Heijsteeg hoopt hij zijn droom te verwezenlijken. 

“Het is een progressieve, erfelijke aandoening waardoor ik zwaar slechthorend geboren werd en waardoor mijn ogen rond mijn puberteit langzaam achteruit gingen”, vertelt Koomen over zijn ziekte. “Er zitten staafjes en kegeltjes in je ogen en die worden bij mij niet meer gevoed, waardoor ze langzaam afsterven. Het is nu alsof ik door een rietje kijk.” Doordat het echter zo langzaam gaat, had Koomen niet altijd door dat zijn zicht verslechtert. “Ik merk het vooral bij de verandering van de seizoenen; als het eerder donker wordt, ga ik bijvoorbeeld meer tegen dingen aanlopen.”

Een trouwe vriend
Gelukkig heeft Koomen sinds vier jaar een trouwe vriend: Brighty. De blindengeleidehond vergrootte zijn wereld en zorgde er indirect voor dat Koomen triathlon een kans durfde te geven. “Zij geeft mij heel veel rust. Ik heb eigenlijk een soort chronische vermoeidheid, omdat ik altijd zo alert ben. Nu ik met haar naar training ga, kom ik een stuk meer uitgerust aan dan wanneer ik met een stok loop. Dan moet ik mij zo concentreren, dat ik afgepeigerd ben voordat de training is begonnen.”

Zijn looptrainingen werkt Koomen echter nog zonder Brighty af. “Brighty kan óf wandelen, óf rennen, maar daar zit niet echt iets tussenin”, lacht Koomen. “Hardlopen doe ik dus nog zelfstandig. Ik woon tegen de Zaanse Schans aan en zoek de juiste momenten uit. Dat is zaterdagochtend bijvoorbeeld, dan is het verkeersluw en ik loop dan altijd links tegen het verkeer in; dan zien zij mij aankomen en ik hen als het goed is ook. Doordat je asfalt en daarnaast berm hebt, kan ik een lijn volgen en die route kan ik onderhand bijna dromen.”

Dat Koomen alleen kan hardlopen en dankzij Brighty weer meer durft te ondernemen, geeft een gevoel van vrijheid. “Verder ben ik altijd afhankelijk van iedereen. Zelfstandig fietsen gaat gewoon niet, dus dat doe ik vooral op de Tacx in de schuur.”

In een isolement
Voordat Brighty en triathlon in zijn leven kwamen, kende Koomen een zware periode. “Ik was altijd heel sportief. Ik heb geturnd, lang gevoetbald en op een redelijk niveau badminton gespeeld. Dat zijn dingen die ik op een gegeven moment niet meer kon. Ik ben wel blijven hardlopen. Dat was de enige sport waarbij ik vrijheid had. Dat had ik ook echt nodig, want ik heb een hele slechte periode gekend. Ik had moeite om mijn beperking te accepteren en raakte daardoor in een isolement. Ik maakte mijn wereld heel klein, zodat niemand last van mij zou hebben. Zo heb ik lang kunnen verbergen hoe slecht mijn zicht was.” Op een gegeven kon Koomen er niet meer omheen. “Toen ik 35 werd, ging ik steeds meer fouten maken op werk en ging het ook met mijn huwelijk niet goed. Toen ontdekte mensen om mij heen dat er meer aan de hand was en dat ik gewoon niet goed meer zag.”

Hardlopen
Koomen kwam in een revalidatiecentrum terecht en leerde daar omgaan met zijn beperking. “Daar leer je je leven in te richten als slechtziende of blinde. Alles in mijn leven was even ‘gestopt’ in die periode; ik kon niet meer werken én ik lag in scheiding. Ik mocht daar een jaar lang aan mezelf werken en ben daar uiteindelijk ook weer gaan hardlopen.” Dat bracht een lach terug op het gezicht van Koomen. “Tijdens het hardlopen is mijn beperking er even niet. Ik geniet van het geluid van mijn ademhaling en de grond onder mijn voeten.” Koomen vond niet alleen zijn oude ‘ik’ terug, hij ontmoette ook zijn huidige vrouw met wie hij nu een samengesteld gezin met drie kinderen vormt.

Talent
Aangezien Koomen was afgekeurd voor werk, kwam hij thuis te zitten. “Wat nu?”, dacht ik. “Ik kreeg een mooie uitkering en daarmee viel een financiële last van mijn schouders. Maar ik was opeens huisman en dat was niet bevredigend.” Toen Koomen op een advertentie van NOC*NSF stuitte, veranderde alles: “Ze zochten Paralympisch talent en ik heb mij toen aangemeld voor een talentendag op Papendal. Ik mocht daar verschillende sporten uitproberen, waaronder triathlon. Daar werd ik meteen door gegrepen.” Onder leiding van bondscoach Bas de Bruin en Jelmer van Waveren ontwikkelde Koomen zich snel en zo kwamen de Paralympische Spelen ter sprake.

Ik ben een mannetje van 1.77
Om op hoog niveau mee te draaien had Koomen een sterke atleet aan zijn zijde nodig en dat werd Davy Heijsteeg. “Het is een enorme verantwoordelijkheid”, vertelt Koomen. “Davy staat in voor mijn veiligheid en dat vereist een bepaald karakter. Davy is jong, heel sociaal en volwassen voor zijn leeftijd en daardoor heel erg geschikt. Ik ben onwijs blij met hem. Hij is echt een topatleet. Mensen maken wel eens grapjes dat we vader en zoon lijken. Hij is twee meter en ik ben een mannetje van 1,77 meter”, schetst Koomen lachend een beeld.

Heijsteeg en Koomen op de tandem. ©Christie Brouwer

‘Super enthousiast
Het bijzondere team dat Heijsteeg – die zelf op hoog niveau triathlon beoefent – vormde met Koomen, wakkerde het ‘triathlonvuurtje’ in hem aan na een lastig jaar. “In 2018 brak ik mijn arm”, vertelt Heijsteeg. “Het duurde zeker een jaar om daarvan te herstellen en daarna hoefde topsport van mij eigenlijk niet zo meer. Toen kreeg ik een belletje vanuit de bond en ging het allemaal heel snel.” Binnen de kortste keren ontmoetten de twee elkaar voor het eerst en dat klikte meteen. “Sander is super enthousiast, dus dat maakt het heel erg leuk om dit samen met hem te doen.”

Als Koomen’s guide sluit Heijsteeg uiteraard regelmatig aan tijdens trainingen. En dat is belangrijk om in de wedstrijd goed op elkaar ingespeeld te zijn. “We moeten écht samenwerken. Als we van de fiets komen, is het bijvoorbeeld belangrijk dat we allebei aan dezelfde kant afstappen, anders hebben we een probleem”, lacht Heijsteeg. “Maar dat is een kwestie van trainen.” Het gaat natuurlijk nog veel verder dan dat: zo geeft Heijsteeg aan Koomen door wanneer er een bocht aankomt, zorgt hij er op alle onderdelen voor dat Koomen de snelste route volgt én ontzorgt hij Koomen ook voor de wedstrijd.

Sturen is een stuk lastiger
Het fietsen op een tandem is voor Heijsteeg wel even wat anders: “Het is nog steeds wennen. Je moet hard werken om tegen de wind in de juiste snelheid te vinden en je voelt twee keer zoveel weerstand, waardoor sturen een stuk lastiger is. Ik rij nu pas een jaar met Sander op de tandem en door alles wat er gespeeld heeft (corona, red.), hebben we besloten nu niet te vaak samen te fietsen. Dat is een beetje raar wanneer iedereen anderhalve meter afstand moet houden.”

Koomen en Heijsteeg staan op een 49e plek in de World Ranking en hopen snel op te schuiven zodra ze internationaal gaan racen. “Voor de Paralympische Spelen moet je top zes in de World Ranking staan, dus ik moet mij nog wel omhoog werken”, aldus een gemotiveerde Koomen.

Bron:
Tekst: Romy Louise van Schooneveld,
Foto: Christie Brouwer

Machteld rent samen met haar loopbuddy in de duinen, Ze hebben een rood lint in hun handen dat hun verbindt

Machteld op tv en in de bios

Machteld is in 2019 en 2020 regelmatig te zien tijdens reclame blokken op tv en in de bioscoop.

Michel heeft een nieuw doel voor ogen

Voormalig zwemkampioen Michel Tielbeke (36) heeft een nieuw doel: een halve marathon gaan lopen. Michel is doof geboren en nu ook bijna blind. “Als iets niet kan, dan kan het wel.” 

De bocht is te scherp. Zijn buddy Henk trekt aan het rode touw, maar dat is onvoldoende. Henk grijpt de hand van zijn vriend en trekt hem naar links. Tijdverlies door een val in de berm is geen optie. Michel Tielbeke (36) laat zich terugleiden naar het geasfalteerde pad. Hij bedankt zijn helpende hand niet, dat komt na de finish wel. Henk is zijn evenwicht, zijn ogen en oren. Maar het is zíjn wedstrijd.
Op een zonnige vrijdagavond rent Tielbeke mee in de Vital Centre Run in zijn woonplaats Raalte. Vijf kilometer in 25 minuten is het doel, de eerste stap van zijn training voor de halve marathon.
Michel Tielbeke werd doof geboren. Maar zijn ouders viel het op dat hij als peuter zijn speelgoed niet kon terugvinden. Uit een oogcontrole in het ziekenhuis bleek de driejarige Tielbeke niet alleen doof, ook slechtziend. Het gevolg van een erfelijke aandoening, het syndroom van Usher.
Als kind kon hij zich goed redden op de dovenschool. Maar als puber werd zijn gezichtsveld steeds geringer. Door Usher kijkt hij door een soort koker, waarvan het einde steeds kleiner wordt.

Communiceren met tactiele gebaren
Hij vormt een rechthoek met zijn handen. „Buiten dit blokje zie ik niets meer”, vertelt hij. De lentezon is nog niet gezakt, als het schemert verandert ook het blokje tussen zijn vingers in duisternis. „En ik kan je ogen, neus en mond ook niet goed onderscheiden.” Hij praat via een tactiele-gebarentolk. Zij zet gesproken woorden om in gebaren die hij in zijn handpalm voelt, hij reageert in gebarentaal.
Sinds zeven jaar woont hij op zichzelf, vijf minuten van zijn ouderlijk huis. Zijn vriendin woont in Katwijk, ook zij heeft Usher. Ze ontmoetten elkaar in 2010 op een kamp voor doofblinden. „Het is fijn dat we elkaar begrijpen en dat ze me niet zielig vindt. Ik zou het niks vinden om op de bank te hangen terwijl mijn vriendin als een begeleider voor me zorgt.”
Jarenlang werkte hij in een wasserette, waar hij kleding controleerde voor het de machine in ging. Maar in dat eentonige werk vond hij na zes jaar geen uitdaging meer. Ook werd het door zijn verslechterende zicht te moeilijk om alleen via liplezen met collega’s te communiceren. In 2013 liet hij zich afkeuren bij het UWV.
Nu vult hij zijn dagen met vrijwilligerswerk. Hij helpt bij tactielgebarenlessen op de Hogeschool Utrecht en is actief bij twee doofblindenclubs. „Onze gemeenschap is slecht geïntegreerd in de horende wereld. Daarom vind ik dat we zoveel mogelijk dingen samen moeten ondernemen, en elkaar laten zien wat allemaal mogelijk is. Mijn motto is: als iets niet kan, dan kan het wel.”
Tijdens de run in Raalte draagt Tielbeke een hesje: DOOFBLIND. De felgele stof plakt aan het t-shirt dat hij eronder draagt. Heimelijk schemeren er letters doorheen: The Netherlands staat op het oranje shirt. Daaronder vijf gekleurde ringen.

Tweevoudig wereldkampioen
Zijn credo geldt ook in de sport. „Ik schijn er een talent voor te hebben”, zegt hij. Dat bleek toen hij in 2009 tweevoudig wereldkampioen paralympisch zwemmen werd in Rio de Janeiro, en dat blijkt deze vrijdagavond, bij de vijf kilometer van Raalte.
Tielbeke heeft de geest van een sporter, maar een lichaam dat niet meewerkt. Een tegenstelling die als rode draad door zijn leven loopt. Met trefbal tijdens de gymles op de dovenschool gooide hij de ene na de andere tegenstander van het veld. Tot hij op een gegeven moment zijn tegenspelers niet meer kon onderscheiden van de muur achter ze en hij op de bank moest blijven zitten.
Hierna voetbalde hij jarenlang met plezier. Maar toen hij twintig was, vond hij de bal niet meer terug op het veld. Het ding verdween, tussen de benen van andere spelers, uit zijn steeds kleiner wordende gezichtsveld. Zijn scheenbeschermers liggen sindsdien onaangeraakt in de kast.

Topsportzwemmer
In 2003 begon Tielbeke met zwemmen. Al snel deed hij als topsportzwemmer mee aan internationale wedstrijden, met medailles als bewijs van zijn succes. Maar ook zwemmen bleek eindig. Het contact met medesporters en trainers verliep steeds moeizamer en in het olympisch dorp was geen ruimte voor een tolk. In aanloop naar de Deaflympische Spelen van 2013 stopte hij met trainen.
Zijn nieuwste sport is dus hardlopen. Hij liep de Zevenheuvelennacht in Nijmegen en de Amsterdamse Dam tot Damloop. Maar tijdens trainingen belandde hij steeds vaker in de berm. Sinds een paar maanden traint hij met een buddy, ultraloper Henk Braker.
„We wisten de eerste keer beiden niet hoe het zou gaan”, zegt Braker. „Ik vroeg hem wat ik moest doen. Michel pakte zijn mobiel en typte: ‘Hoezo? Gewoon rennen!’” Ze hebben inmiddels tien keer samen gelopen. „Michel is bezeten van sport. Hij wil altijd sneller – ook als dat eigenlijk niet verstandig is.”
Tielbeke lacht. Terwijl hij gebaart, stoot hij een verder geluidloze boodschap uit, waarin twee woorden te onderscheiden zijn: niet en bang.
Vroeger was hij jaloers op de mensen die zonder na te denken voetbalden, terwijl hij de bal niet kon vinden. Hij voelde afgunst als coureurs in de mooiste wagens stapten, terwijl hij nooit een gaspedaal aan zou mogen raken. „Dat ligt achter me”, zegt hij. „Ik probeer het om te draaien. Als iemand in een mooie auto rijdt, kan ik mooi in de bijrijdersstoel.”

Halve marathon op de bucketlist
De halve marathon prijkt boven aan zijn bucketlist. Ook wil hij een stichting oprichten om andere doofblinden te motiveren om te sporten. Welke sport is hem om het even. „Alles wat mogelijk is voor doofblinden. En als iets niet kan, dan kan het wel.”
In Raalte roept de speaker, via een megafoon, nu en dan de verlopen tijd om: „Vierentwintig minuten en dertig seconden.” Even versnellen, dan haalt-ie zijn doel nog. Henk trekt aan het touw, Tielbeke verhoogt zijn tempo. Als ze de finish passeren, rent hij door. Het gejoel van het publiek bereikt hem niet. Dan voelt hij Henks hand op zijn buik en zet hij de laatste passen. De race is gelopen. In 25 minuten en 9 seconden.

Bron: NRC
Auteur: Floor Bouma

Rick op radio Rijnmond

Interview met Rick Brouwer en Ceel van Rhee op radio Rijnmond over de Glendalough Trail die zei liepen in Ierland